Het is onduidelijk hoeveel schade houtkap heeft aangericht
Gaat het nu slecht met het tropisch oerwoud of niet? Wetenschappers roepen al jarenlang van wel, maar het verschil in meettechnieken verhindert een eenduidige conclusie.
Al vele tientallen jaren waarschuwen VN-rapporten voor de catastrofale gevolgen van ontbossing. De alarmerende rapporten stapelen zich op. Maar de Britse bioloog Alan Grainger vergeleek de officiële cijfers uit 1980, 1990, 2000 en 2005, en kwam tot de ontnuchterende conclusie dat we eigenlijk niet weten hoe het met het tropisch bos gesteld is.
Zeker, er wordt op grote schaal bos gekapt, en daar moet zo snel mogelijk een eind aan komen, vindt Grainger. Maar de dramatische waarschuwingen van de laatste decennia zijn niet hard te maken. De cijfers zijn daarvoor te onbetrouwbaar. Neem de cijfers van 1980. Toen werd het mondiale tropisch-bosareaal geschat op 1,97 miljoen hectare. Maar in 1990 was die schatting voor het jaar 1980 gedaald tot 1,91 miljoen. Blijkbaar was er in 1980 niet goed gemeten. Maar vergeleken met zo’n correctie valt het verlies door houtkap bijna helemaal weg.
Grainger zette alle schattingen op een rij, en concludeerde dat op basis van die steeds maar fluctuerende gegevens niet kan worden vastgesteld in hoeverre het tropisch oerwoud echt is geslonken. Kern van het probleem, zo stelt de bioloog, is dat er steeds weer andere, moeilijk vergelijkbare meettechnieken worden gebruikt. En dat komt weer doordat het probleem niet serieus genoeg wordt genomen.
Mette Loyche Wilkie, een medewerker van de Wereldvoedselorganisatie FAO en verantwoordelijk voor de schatting van 2005, erkent het probleem. Veel, met name Afrikaanse landen hebben in de jaren zeventig en tachtig een schatting van hun bosareaal gemaakt, maar de toen gehanteerde criteria (Wat is bos? Waar begint de savanne?) liepen flink uiteen en deze schattingen zijn vaak nooit meer geüpdatet.
De rapporten van 2000 en 2005 waren daarom gebaseerd op satellietgegevens, en zoiets levert weer andere getallen. In 2010 wordt het weer anders: dan wil de FAO oude en nieuwe satellietgegevens vergelijken. Ze hoopt dat er dan wél een helder beeld ontstaat van de toestand van het regenwoud op onze planeet.
Dat is een goed idee, zegt Grainger, maar wat hem betreft nog steeds te onbetrouwbaar. Hij pleit voor een ruim gefinancierd internationaal onderzoekinstituut: ‘De toekomst van het tropisch regenwoud is zó belangrijk voor onze planeet en ons klimaat, dat we daar niet langer mee kunnen wachten.’