Tuesday, April 15, 2008

Nederlandse zeeweringen veel te zwak....

Voortmodderen zoals nu, is onverantwoord’


De huidige zeewering is te zwak. Nu, en over honderd jaar al helemaal. Pier Vellinga pleit voor een snelle aanpak. Want een kleine overstroming kan economisch rampzalige gevolgen hebben.

Den Haag heeft zijn oog weer eens laten vallen op de Noordzee. Tien jaar na de discussie over de verplaatsing van Schiphol richting Noordzee, wist CDA-Kamerlid Joop Atsma de Tweede Kamer over te halen een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid van een polder in de Noordzee. Minister Verburg noemde het idee ‘uitermate interessant’. Volgens Atsma biedt een dergelijke polder extra bescherming voor de verzwakte Nederlandse kust. Dat zou geen kwaad kunnen. Vijftien procent van de waterkeringen voldoet momenteel niet aan de wettelijke norm en van 35 procent is onbekend of ze daar nog aan voldoen. Als de helft daarvan inderdaad niet voldoet, betekent dit dat eenderde van onze waterkeringen niet voldoet – en daarom hoognodig moet worden aangepakt, vindt hoogleraar klimaatverandering Pier Vellinga: ‘De kosten van een dijkdoorbraak zijn niet te becijferen.’

Vellinga zat vorig jaar in een commissie die zich boog over de vraag hoe een en ander gefinancierd zou kunnen worden. Momenteel geeft de overheid drie- à vierhonderd miljoen per jaar uit aan onze bescherming tegen het water. Veel te weinig, oordeelde de commissie. Dan duurt het tot 2030 voordat Nederland weer veilig achter zijn dijken zit. Voor een miljard per jaar kan de hele klus in tien jaar geklaard zijn – en dat is geen jaar te vroeg, want de gevolgen van een eventuele overstroming zijn niet te overzien en bovendien liggen er inmiddels, dankzij het broeikaseffect, andere, grotere risico’s op de loer. Vellinga: ‘De huidige norm, vastgelegd in de Deltawet, luidt dat voor rivier­dijken een kans op een overstroming van één op 1250 per jaar aanvaardbaar is, en voor zeedijken één op de 10.000 per jaar. De Deltawet dateert uit 1960, en die norm voldoet absoluut niet meer. Er wonen nu veel meer mensen achter die dijken, en de economische waarde van het gebied is ook veel en veel groter geworden. We moeten voor de zeedijken streven naar een overstromingskans van één op 100.000 per jaar. Bedenk: pas dan is de kans op een overstroming net zo groot als de kans op een andere grote ramp, zoals het neerstorten van een vliegtuig of het ontploffen van een chemische fabriek. Maar een dijkdoorbraak is in principe veel in­grijpender. Als het misgaat, blijft het water maandenlang in de polders staan. Mensen en bedrijven moeten geëvacueerd en elders ondergebracht. Buitenlandse investeerders zullen Nederland vanaf dat moment als een risicovol gebied beschouwen en uitwijken naar onze buurlanden. Een overstroming, zelfs als deze betrekkelijk bescheiden is, zal ons land in een negatieve economische spiraal doen belanden. De kosten zijn niet te becijferen. Dus zeg ik: hou het hier alsjeblieft zo veilig mogelijk.’

Daar komt straks het effect van de zeespiegelstijging ten gevolge van het broeikaseffect nog bij.

‘De algemene verwachting is dat de zeespiegel gedurende deze eeuw ruim een halve meter gaat stijgen. Dijken die voldoen aan de Deltanorm en de kans lopen van een op 10.000 per jaar op doorbreken, zullen door die zeespiegelstijging en verandering van het stormklimaat een grotere kans lopen, wellicht één op 1000 per jaar. Terwijl we straks eigenlijk op één op de 100.000 per jaar zouden moeten zitten! Maar dat betekent niet dat alle zeedijken meters hoger moeten worden. Breder kan ook. Maak de dijken driehonderd meter breed en je bent er ook. Dan zal er soms zeewater of rivierwater overheen slaan, maar de dijk zal het niet begeven. We zijn gewend te denken in smalle, hoge dijken, omdat de grond achter de dijken duur is. We zullen moeten leren denken in brede dijken. Brede, ‘inherent veilige’dijken in de toekomst. Wanneer de dijken zo breed zijn dat ze niet meer kunnen doorbreken, wordt het risico van overstroming teruggebracht tot het risico van wateroverlast. Een kans op verdrinken wordt dan teruggebracht tot een kans op natte voeten.’

Het kabinet heeft een Deltacommissie ingesteld onder voorzitterschap van oud-minister Cees Veerman, die onderzoek moet doen naar de bescherming van onze kust deze eeuw. Komen die straks ook uit op een eiland in de Noordzee?

‘Volgens mij zijn er globaal gesproken drie opties. We kunnen de huidige dijken verbreden en versterken, en de Noordzeekust ‘voeden’ met honderd miljoen kubieke meter zand per jaar. Je moet daarbij denken aan schepen in de buurt van Hoek van Holland die permanent zand oppompen – zand is er in de Noordzee meer dan genoeg – dat vervolgens door de stroming wordt meegevoerd langs de kust, tot in de Waddenzee. Daarnaast verwachten we dat de rivieren in sommige perioden veel meer water zullen aanvoeren dan nu, en dus moeten er waterbuffers komen om het overschot op te vangen. De Zeeuwse wateren en de omgeving van Breskens zijn het meest geschikt; daar moet een soort tweede IJsselmeer komen. Als we niets doen, ontstaat die buffer daar overigens heel waarschijnlijk vanzelf, zonder dat we er greep op hebben.’

‘De tweede, eventueel aanvullende optie is dat we kritische gebieden in Nederland ophogen. Gewoon, met zand. Iedere keer dat een wijk of industriegebied onder handen wordt genomen, wordt het enkele meters opgehoogd. Hier en daar doen we het al. De Maasvlakte komt straks vijf meter boven NAP. Voor de diepste punten van Nederland, zoals de Zuidpolder bij Rotterdam, betekent dat twaalf meter zand, maar technisch is dat geen enkel probleem. En zand is goedkoop. De grond in de polder wordt dan nog niet duurder dan in de stad.’

‘De derde optie is de vlucht naar voren: de kustlijn verleggen, de Noordzee in. Maar dan geen afzonderlijke eilanden maar een nieuwe, gesloten kustlijn waarachter weer een duingebied of een serie binnenmeren kunnen ontstaan. Een derge­lijke oplossing ziet er op de tekentafel prachtig uit, maar ligt politiek zeer gevoelig want alle lagere bestuurders langs de kust zullen zich er tegen verzetten.’

Met andere woorden, dergelijke megaplannen zijn in polderend Nederland volstrekt onhaalbaar.

‘Laat ik het zo zeggen: de sjeiks in Arabische landen zouden het probleem op die manier oplossen. Noem het maar de Dubai-variant. Of het ooit zover komt… We zijn een halve eeuw geleden ook begonnen aan het Deltaplan, maar dat was meer een kwestie van maatschappelijke ontwikkelingen, en de behoefte onze nationale identiteit te versterken. Een land stijgt niet vaak boven zichzelf uit. ‘

‘Maar technisch en economisch is een vlucht naar voren zeker haalbaar. Ooit werd gedacht aan een eiland voor de kust om Schiphol te verhuizen. Dat moest tachtig miljard kosten. Een nieuwe kustlijn kost zo’n 200 tot 400 miljard euro. Als we er 25 jaar de tijd voor nemen, is dat jaarlijks twee à drie procent van ons BNP. Dat is veel, maar niet onmogelijk.’

‘Maar ik hoop vooral dat de Deltacommissie besluit om ook goed te kijken naar de huidige zorgen omtrent de veiligheid van onze dijken. Het risico bestaat natuurlijk dat de huidige situatie ondergesneeuwd raakt onder de visionaire lange-termijnplannen. Juist daarom stelde de Commissie financiering waterkeringen voor om het probleem in de schoot te leggen van de waterschappen. Hou het Rijk er nou maar buiten. Wie het water deert, wie het water keert, zegt een oud spreekwoord, dus laat de financiering van het verbete­ren van de dijken over aan de lokale waterschappen. Die kunnen de kos­ten financieren uit de Water­schapslasten.’

‘We stelden daarbij echter voor dat de lager gelegen waterschappen iets meer zouden moeten opbrengen dan de hoger geleden waterschappen. Wonen en werken in de dieper gelegen delen zouden dan wat duurder worden dan elders. En dat blijkt een struikelblok. Den Haag zag die decentrale financiering wel zitten, de waterschappen denken er nog steeds over na.’

‘Maar ik moet zeggen, onlangs waren de waterschappen bij elkaar en daar kwam ons rapport toch weer uit de la. Misschien is het idee zo gek nog niet. Gelukkig maar. Er moet snel wat gebeuren. Voortmodderen zoals het nu gaat, vind ik onverantwoord.’


( bron de pers)