Dodental in China stijgt tot 1117
Chinese overstroming
Het dodental in het noordwesten van China is door de grote modderstromen opgelopen tot 1117. Nog 627 mensen worden vermist in de provincie Gansu, meldt het Chinese staatspersbureau Xinhua.
In totaal hebben 567 overlevenden zich laten behandelen aan hun verwondingen en liggen 64 mensen in het ziekenhuis.
Gisteren stond het dodental nog op 702 en werden 1042 mensen vermist.
Gansu werd zaterdag overspoeld door een golf van water en modder. Door zware regenbuien was in de bergen een dam van bomen en struiken ontstaan. Toen die brak, stortte een vloedgolf van puin zich over de de huizen en straten van de stad. Drie dorpen met honderden huishoudens werden compleet begraven in de modder.
Economisch belang
"Het verschil met de ramp in Pakistan is dat daar hele grote delen van het land onder water staan. In China is het een heel geconcentreerde ramp", zegt correspondent Wouter Zwart. "De dijken van één rivier hebben het begeven, waardoor in één klein gebiedje werkelijk alles is vernietigd."
Lokale authoriteiten waarschuwden vorig jaar in een rapport dat de dijken heel zwak waren. "Dat komt door jarenlange ongecontroleerde houtkap en onstuimig gebouwde dammetjes en waterkrachtscentrales", zegt Zwart. "Het economisch belang is weer boven milieu en veiligheid gesteld, een bekend verhaal in de groeiende economie van China."
Over dat rapport schrijven de Chinese media niet, zegt Zwart.
Overlevenden
Ondertussen wordt de kans op het vinden van overlevenden steeds kleiner. Er zijn 5000 militairen bezig met zoeken, die meestal alleen lichamen vinden. De reddingswerkzaamheden zijn heel moeilijk, omdat de overstromingen in een berggebied zijn. Toch vonden soldaten vandaag een 50-jarige man die drie dagen vast zat in een kniehoge modderpoel op de tweede verdieping van een hotel.
Volgens het Nationale Meteorologisch Instituut is de kans op aardverschuivingen "relatief groot" in de komende dagen. Vrijdag gaat zo'n 90 millimeter regen vallen.